In gesprek met de hulpverlening

Als naastbetrokkene vervul je zelf een zorgrol en toch stoot je vaak op een muur van stilte bij de hulpverleners die jouw familielid begeleiden. Maar je bent niet alleen mantelzorger, je zit zelf ook in een fragiele situatie en je hebt het recht op een antwoord op je vragen. Je wil graag meer weten over het behandelingstraject, over hoe het nu verder moet. Je bent bezorgd, je wil begrijpen wat er aan de hand is. Als een gesprek met je familielid niet mogelijk is, kan je aankloppen bij zijn psycholoog, psychiater of therapeut. Durf die stap te zetten. Alleen wie vragen stelt, krijgt ooit een antwoord.

Similes gelooft sterk dat de triade of trialoog de juiste weg is: de psychisch kwetsbare persoon, de hulpverlener en de familie zijn bondgenoten. Als ze alle drie samenwerken zal het herstel sneller en vlotter verlopen.

Beroepsgeheim

Het beroepsgeheim

In de relatie tussen cliënt en hulpverlener is het beroepsgeheim van die laatste heel belangrijk om een vertrouwensband op te bouwen tussen beiden. Er is nu eenmaal veel persoonlijke en gevoelige informatie nodig om hulp te kunnen bieden. Een psychisch kwetsbaar persoon moet ook de vrijheid en het vertrouwen hebben om vrijuit te kunnen spreken. De zwijgplicht van de hulpverlener is daarom zelfs in de strafwet opgenomen.

Maar het beroepsgeheim vormt geen bezwaar om met jou als naastbetrokkene in gesprek te gaan en bepaalde informatie te delen.

Vertegenwoordiger en vertrouwenspersoon

Als de psychisch kwetsbare persoon minderjarig of wilsonbekwaam is, kan een vertegenwoordiger in zijn plaats optreden. Indien de patiënt die niet zelf heeft aangewezen, wordt een watervalsysteem toegepast: eerst stelt een vrederechter een bewindvoerder voor de persoon aan. (Dat is niet hetzelfde als de bewindvoerder voor de goederen.) Indien er geen bewindvoerder is, gaat de waterval verder naar de echtgenoot of samenwonende partner, een meerderjarig kind, een ouder, een meerderjarige broer of zus of een zorgverlener.

Je kan eventueel ook optreden als vertrouwenspersoon. Dan ben je een steunfiguur voor de psychisch kwetsbare persoon: hij beslist dan nog altijd welke informatie met jou gedeeld wordt en je kan nooit beslissingen in zijn plaats nemen.

Wat kan wel?

Vragen staat vrij: er is geen enkele wet die het jou verbiedt om vragen te stellen. De hulpverlener mag jou wel informeren over:

  • de manier van werken in de zorginstelling
  • het therapeutisch aanbod
  • de procedures en het verloop van een opname (niet-patiënt gebonden)
  • de aandoening, haar symptomen en een algemene omschrijving van de behandeling
  • het familiebeleid van de instelling waar je familielid in behandeling is
  • het aanbod voor ondersteuning aan naastbetrokkenen
  • de mogelijkheden tot contact en informatiedeling

Wat kan niet?

Een aantal belangrijke zaken mogen niet met jou als naastbetrokkene gedeeld worden, als de patiënt dat niet wil. Dat kan best vervelend zijn. Enkele voorbeelden:

  • bij welke hulpverlener je familielid behandeld wordt
  • waar hij of zij opgenomen is
  • hoe de behandeling verloopt
  • wie zijn vertrouwenspersoon is
  • de inhoud van de gesprekken tussen je familielid en de hulpverlener

Tips om de eerste stap te zetten

Als je het gevoel hebt dat je op een muur van stilzwijgen botst, is het tijd om het heft zelf in handen te nemen.

  • wacht niet tot je gecontacteerd wordt, neem zelf initiatief
  • breng zelf de triade en de samenspraakfiche ter sprake: het zijn de ideale bouwstenen voor een goede trialoog
  • maak een checklist van zaken waar je meer over wil weten
  • durf je eigen noden en behoeften te benoemen
  • vraag door wanneer bepaalde informatie niet gedeeld wordt: als je de reden begrijpt, is het makkelijker om de weigering te aanvaarden
  • sommige zaken hebben tijd nodig: wat vandaag niet is, kan morgen komen
  • toon respect voor andermans ideeën: uit conflicten groeien oplossingen